| U kunt hiermee zelf het gebit van uw hond verzorgen. Het is wel belangrijk dat u de pup hiermee van jongs af aan vertrouwd maakt. Op deze manier kunt u de vorming van tandplaque en tandsteen voorkomen. | |||
| Een volwassen hond heeft normaal gesproken 42 tanden, een jonge pup heeft er slechts 28. De chronologische ontwikkeling van het gebit is als volgt: | |||
| Soort tanden | Doorkomen Melkgebit | Wisselen tot blijvend gebit | |
| Snijtanden | 3 - 4 weken | 3 - 5 maanden | |
| Hoektanden | 3- 5 weken | 5 - 7 maanden | |
| Kiezen | 4 - 12 weken | 4 - 7 maanden | |
| Wisselen van het gebit | |||
| Vanaf drie maanden begint bij uw Ierse Setter het wisselen van het gebit. Als het blijvend gebit doorkomt, duwen ze de melktanden weg die daardoor uitvallen. U hoeft zich geen zorgen te maken als u de uitgevallen melktanden niet kunt vinden, de hond slikt ze namelijk meestal door. Het is belangrijk dat u het wisselen bij de pup controleert. Soms blijven de melktanden namelijk staan. Deze moeten dan door de dierenarts verwijderd worden. Na ±7 maanden heeft uw Ierse setter zijn definitieve gebit. | |||